toetsinstrumenten

Hendrik Hermanus Hess maakte bepaald meer kerkorgels dan er op een hand te tellen zijn

auteur: Dirk Boer

datum: 4 september 2008

Het tijdschrift "Het Orgel" is al aan zijn 104e jaargang bezig. Het staat onder meer bekend om zijn kwalitatief hoogstaande artikelen over orgelbouw, die dan ook in brede kring als gezaghebbend worden beschouwd.
Het valt daarom des te meer op als er in "Het Orgel" een artikel verschijnt waarin de scribent een aantoonbaar onjuiste bewering doet, die meteen duidelijk maakt dat hij voor de hand liggende bronnen niet geraadpleegd heeft.
Waar gaat het over? Het gaat over een artikel in aflevering 5 van de 104e jaargang van "Het Orgel". Het is van de hand van A.H. Vlagsma (die eerder een proefschrift schreef over het "Hollandse" orgel).
In "Vier voormalige orgels in Dordrecht" beschrijft hij de lotgevallen van vier Dordtse orgels. Waaronder het orgel dat van 1775 tot 1898 of 1899 in de Augustijnenkerk stond. Dit orgel werd gebouwd door Hendrik Hermanus Hess (1735-1794) uit Gouda.
Volgens Vlagsma hield deze Hess zich voornamelijk bezig met huisorgels en is het aantal kerkorgels dat hij bouwde op één hand te tellen.
Het is waar dat Hess zeer actief was in de huisorgelbouw, maar dat het aantal kerkorgels dat hij bouwde op één hand te tellen is, is een bewering die elke grond mist.
Bij het doornemen van de bekende 18-19e eeuwse dispositieverzamelingen van N.A. Knock, E. van Eem en J. Hess kom ik al snel tot de volgende werklijst van nieuwgebouwde orgels:

  1. Bodegraven, nh kerk 1761
  2. Bodegraven, luth. kerk 1771
  3. Utrecht, r.k. olv kerk 1772
  4. Schiedam, gasthuiskerk 1773
  5. Willemstad, nh kerk 1775
  6. Dordrecht, Augustijnenkerk 1775
  7. Oudshoorn, nh kerk 1783
  8. Charlois, nh kerk 1784
  9. Kloetinge, nh kerk 1787
  10. Haastrecht, nh kerk 1791
  11. Haarlem, nieuwe kerk 1791
n.b. In het orgel van Haarlem gebruikte Hess ouder pijpwerk afkomstig uit het koororgel van de St. Bavo aldaar.
Hess voerde ook onderhoud en reparaties aan kerkorgels uit, waarbij het niet alleen gaat om de instrumenten die hij zelf bouwde, maar ook om vele andere instrumenten, waaronder beroemde orgels als die van de St. Jan te Gouda en de St. Bavo te Haarlem.
Terug naar het artikel van Vlagsma. Spijtig is ook dat Vlagsma zijn relaas over het orgel van de Augustijnenkerk laat eindigen met de mededeling dat het per advertentie te koop werd aangeboden toen er een nieuw orgel van Maarschalkerweerd kwam. Einde verhaal, de lezer in het ongewisse latend over de verdere lotgevallen van het orgel.
F.W. Huisman schreef hier al eerder over:
"In 1899 werden de resten van het danig gehavende instrument door een vishandelaar geplaatst in de gereformeerde Nieuwe Oosterkerk te Rotterdam. In1905 werd het door J.J. van den Bijlaard overgebracht naar de gereformeerde kerk te Putten op de Veluwe. Wat er nu [1981] nog van het instrument over is, berust in de gereformeerde kerk te Muiden."
Bronnen: