toetsinstrumenten

Holpijp of Prestant?

auteur: Dirk Boer

datum: 1 juni 2006

Gebruikten grote meesters als Bach of Monteverdi een holpijp of een prestant als basis voor het continuospel? Orgelmaker Henk Klop houdt het op de prestant. Hij doet die uitspraak in een interview dat ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van zijn orgelmakerij in het tijdschrift Muziek en Liturgie (nr. 2006-6/7) is afgedrukt.

Elke musicus die iets met een continuo van doen heeft, kent de kistorgeltjes van de firma Klop; inmiddels zijn er al zo´n 350 (!) afgeleverd. Vrijwel al deze instrumenten hebben als basisregister een holpijp 8´.
Sinds een jaar of acht bouwt Klop ook kistorgels met een prestant 8´ als basisregister. Nu zijn de pijpen van een prestant ongeveer twee keer zo lang als die van een holpijp. Ze kunnen dus niet alle binnen de beperkte ruimte van de orgelkast opgenomen worden, maar staan in open opstelling er naast.

Holpijp of Prestant, hoe zit het nu, historisch gezien?

Ik denk dat we niet moeten vergeten dat het gemakkelijk te transporteren kistorgel een uitvinding is van onze tijd. Noodzakelijk omdat we in historische stijl barokmuziek willen spelen in ruimten waar een voor de continuopraktijk geschikt orgel niet (meer) tot het vaste inventaris behoort.
In de 17e en 18e eeuw was dat wel het geval. Op afbeeldingen uit die tijd zien we dat het orgel waarop de continuo partij gespeeld wordt een orgelpositief is dat een vaste plaats heeft in de ruimte waar gemusiceerd wordt. In zo'n positief is meer ruimte voor grote orgelpijpen dan in onze kistorgels.
Ik denk dat zo'n positief meestal zowel een prestant 8´als een holpijp 8´ (of een soortgelijk gedekt register) bevatte. Het geluid van de prestant werd gekenmerkt als mannelijk en dat van de holpijp als vrouwelijk. Afhankelijk van wat er precies met het continuo te begeleiden viel, zal de speler gekozen hebben voor de prestant of de holpijp. Misschien werd bij een sopraanaria de holpijp getrokken, en bij een basaria de prestant.

Een goed voorbeeld van mannenstemmen, begeleid met een prestant in het continuo is te horen in een opname met muziek van Monteverdi. De opname dateert uit 1988, is in 1995 uitgekomen op het label Tactus, nr. TC 561302. Claudio Monteverde
Lettera Amorosa a Voce Sola con altri Madrigali in genere Rappresentativo
Ensemble Concerto, Direzione Roberto Gini.


Misschien kunt u de cd nog ergens krijgen. Nog steeds van harte aanbevolen!