toetsinstrumenten

Neobarokke orgels historie?

auteur: Dirk Boer

datum: 1 november 2006

Verfrissend, helder en sprankelend zijn zo maar een paar woorden die bij me op komen als ik denk aan mijn eerste kennismaking met neobarokke orgels in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Dat was nog eens wat anders als het massieve geluid van het Van Leeuwen orgel uit 1912 in de kerk van mijn ouders!
orgel Nieuwendijk Begin zeventiger jaren werd ik organist op een neobarokorgel (Geref. kerk te Nieuwendijk, bouwer: Van Vulpen, 1960, 23 st., zie afbeelding gemaakt door A. van Andel te Valkenswaard).
Ik raakte er niet op uitgespeeld, zo mooi vond ik het.
Toen ik er in 1988 afscheid van nam, realiseerde ik me dat ik wat genuanceerder was gaan denken over dit orgel. In plaats van "verfrissend, helder en sprankelend" kwamen mij soms ook wel eens de termen "dun en scherp" in gedachte.
Ik merkte dat mijn waardering teruggelopen was, en dat ik meer oog (beter gezegd meer oor) gekregen had voor een zwakke kant van dit type orgel, namelijk het ontbreken van voldoende breedte in de klank.

Het zal u daarom niet verbazen dat men in de loop der tijd getracht heeft neobarokke orgels door herintonatie meer breedte in de klank te geven.
Met wisselend succes; vaak is dit ten koste gegaan van de kwaliteit van de klank. Het bovengenoemde Van Vulpen orgel is dit lot gelukkig bespaard gebleven. Tot op het moment dat ik dit schrijf, is het instrument ongewijzigd bewaard gebleven. Het is dan ook één van de betere neobarokke orgels.

Het bovenstaande kwam mij in gedachte door het verschijnen van "Orgels van de Wederopbouw", deel 8 in de serie "Nederlandse Orgelmonografieën" (uitgave Walburg Pers). Dit deel gaat over orgels die gebouwd zijn na 1945, met name die van het neobarokke type. Het houdt de herinnering levend aan een uiterst interessante periode in de orgelbouw, die nu alweer tot de historie behoort.