toetsinstrumenten

Stemmingen, de reine harmonie en Havingha

auteur: Dirk Boer

datum: ..-..-2003

Stelt U zich eens voor dat de beheerders van het beroemde Müller-orgel in Haarlem in een bui van plotseling opkomend historisch besef besluiten hun instrument om te laten stemmen in de middentoonstemming.... Hoe denkt U dat het eerstvolgende improvisatieconcours aldaar zal verlopen?
Uw antwoord zou wel eens kunnen luiden: het zal niet eens beginnen....

Zo belangrijk als de evenredig zwevende stemming (ook wel gelijkzwevende stemming genoemd) is voor het gebruik van het Haarlemse orgel in deze tijd, zo belangrijk was de middentoonstemming in de lage landen in de eerste helft van de 18e eeuw. Men sprak van reine harmonie, wat ongetwijfeld te maken heeft met de acht reine tertsen in deze stemming. Deze geven de toonsoorten met weinig voortekens een weldadige rust, maar maken daarentegen toonsoorten met veel voortekens onbruikbaar.

Omstemmen

Nu werd er in die tijd door vooruitstrevende lieden zeker wel geprobeerd de bruikbaarheid van het toonstelsel wat op te rekken, ten einde ook tot dan toe ongebruikelijke en onbruikbare toonsoorten in het musiceren te kunnen betrekken. Op een toetsinstrument als het klavecimbel gaat dat betrekkelijk eenvoudig, je hebt het zo omgestemd, en als het je niet bevalt, stem je het eenvoudig weer terug. Sommige spelers stemmen hun instrument even om in de pauze van hun recital!
Bij een orgel ligt dat niet zo simpel; het is een heel karwei, dat niet zo gemakkelijk weer ongedaan gemaakt kan worden.

Prestigeobject

Bedenkt U even, dat in de 18e eeuw het orgel een veel belangrijker plaats in het muziekleven innam dan vandaag. Voor veel burgers waren de wekelijkse orgelbespelingen, door de burgerlijke overheid georganiseerd en bekostigd,vrijwel de enige gelegenheid om muziek te beluisteren.
Daar komt nog bij dat de orgels voor de stedelijke hoogwaardigheidsbekleders prestigeobjecten waren, die trots gedemonstreerd werden als er hoog bezoek in de stad was. Het zou wel eens zo geweest kunnen zijn, dat de aanschaf van een nieuw orgel in die tijd op muziekgebied net zo belangrijk nieuws was als vandaag de dag, laat ik eens wat noemen, het aantrekken van een sterdirigent voor een gerenommeerd symfonieorkest. Het bracht de tongen in beweging en de pennen in beroering.

Beroering

Wat in 1727 in Alkmaar voor veel ophef zorgde, was de drastische ombouw van het grote orgel in de Grote of Sint Laurenskerk te Alkmaar. Voor- en tegenstanders grepen naar de pen.

Frank van Wijk doet deze amusante, maar zeker ook muziekhistorisch interessante situatie nog eens uit de doeken. Hij doet dat in zijn boekje Gerhardus Havingha (1696-1753) organist en klokkenist van Alkmaar, dat in 2003 werd uitgegeven ter gelegenheid van het feit dat het 250 jaar geleden is dat Havingha overleed.
Wie was die Havingha?
Havingha was organist in Alkmaar vanaf 1722 tot aan zijn dood. Tijdens zijn dienstverband vond de genoemde ombouw plaats. De resultaten weken nogal af van wat in het conservatieve Holland gebruikelijk was, wat tot beroering leidde.
Havinga zette zijn visie uiteen in een boekwerk met de titel Oorspronk en Voortgang der Orgelen. Dat leidde onmiddellijk tot de publicatie van twee schotschriften door zijn opponenten. Deze publicaties verschenen alle in 1727.

Stemming

Het is heel interessant om te vernemen waar de heren het allemaal over oneens waren. Ik wil me hier beperken tot slechts één, maar wel heel interessant, aspect: de stemming.

Het aardige is dat er ook recentelijk nogal wat geschreven is over het grote orgel in de Grote of Sint Laurenskerk. Laten we eens kijken wat dat oplevert over de stemming die het orgel na de ombouw (1723-1725) door Frans Caspar Schnitger gekregen heeft.

Dat een aantal orgeldeskundigen tot verschillende conclusies kunnen komen terwijl ze zich in hoofdzaak baseren op dezelfde historische geschriften, is op zijn minst curieus!

Beste lezer, misschien vindt U het, net als ik, tijd worden om even mee te kijken wat er in 1727 is geschreven en welke conclusies we daar uit kunnen trekken.

Jacob Wognum

Maakte deel uit van het Alkmaarse collegium musicum en kwam daar in aanvaring met Havinga over de te gebruiken stemming bij het musiceren.
In zijn Verdediging geeft hij duidelijk aan hoe Havingha het klavecimbel stemde: de halve toon precies in het midden tussen de hele toonsafstand, hetgeen een duidelijke indicatie is voor de gelijkzwevende stemming. Dat zegt echter nog weinig over de stemming die het Alkmaarse orgel na de renovatie kreeg. Als we Wognums geschrift daar op nazoeken, vinden we nog wel het één en ander.
Wat denkt U van het volgende citaat:
dat een geoeffend Gehoor, 't geen door de Réden, en behulp van dit instrumentje [bedoeld wordt het monochord], ons de zuyverheid van de noodzakelykste gróte tertzen op de Speel instrumenten leerd, alleen het wáre Monochordon is, het welke [.....] uyt het Orgel is weggenomen.
Het monochord is een éénsnarig instrumentje, dat gebruikt werd om intervallen te illustreren. Uit het citaat is duidelijk, dat bij Wognum "het ware monochord" synoniem is met een systeem met rein gestemde tertsen (de middentoonstemming). Vervolgens zegt hij dat deze stemming niet meer in het orgel te vinden is.
Wognum voert ook nog anderen op om zijn bewering kracht bij te zetten:
het is den Heer Johannes de Gorter, [....] zoo wel als ik en anderen, [....] gezegd heeft dat het Monochordon uyt het Orgel weg genómen was.

Aeneas E. Veldcamps

Organist in Den Haag; was regelmatig betrokken bij de keuring van (nieuwe) orgels.
Veldcamps geeft in zijn in 1727 verschenen Onderrichtinge een aantal zaken aan die naar zijn mening anders hadden gemoeten bij de ombouw van het Alkmaarse orgel. Over de stemming spreekt hij echter zijn tevredenheid uit, omdat hij vernomen heeft dat Havingha toch afgezien heeft van een andere stemming dan de middentoonstemming:
en verblyde my dat UE. zo verre geavanceerd zyt,van zulk een verkeerde stelling [=stemming] geabandonneerd te hebben,
Veldcamps is tot die conclusie gekomen na het lezen van het keuringsrapport van het gerenoveerde Alkmaarse orgel. Dat vermeldt:
en is alles tot ons volkomen genoegen in een suyvere reyne harmonie te zaam geaccordeerd
Voor een kenner als Veldcamps kon dat niet anders betekenen dan dat het orgel in de toen gebruikelijke middentoonstemming was gestemd.

Als we tot besluit Havingha's Oorspronk doorspitten, komen we eigelijk niets tegen wat ons verder helpt, afgezien van de zojuist genoemde zinsnede over de stemming uit het keuringsrapport (dat hij in zijn geheel weergeeft).

Conclusie

De polemiek uit 1727 heeft op het eerste gezicht een aantal tegenstrijdige gegevens opgeleverd. 20ste en 21ste eeuwse scribenten blijken dan ook tegengestelde conclusies te trekken of zien af van het trekken van conclusies.
Bij nader inzien zou die tegenstrijdigheid echter wel eens schijn kunnen zijn. Wat denkt U van het volgende scenario:

  1. Gezien de commotie rond de omstreden ombouw ziet Havingha af van het laten opleveren van het orgel met een andere stemming dan de middentoonstemming.
  2. Bij de oplevering in 1725 staat het instrument in de middentoonstemming, hetgeen met de toen gebruikelijke termen (zie het citaat hierboven) in het keuringsrapport is weergegeven.
  3. Kort na de oplevering zijn er nog werkzaamheden aan het orgel, hetgeen niet zo ongebruikelijk is bij een (ver)nieuw(d) orgel. Zo is het vrij zeker dat al snel na de oplevering de Vox Humana van Duyschot (het enige tongwerk dat de ombouw overleefd had) door Schnitger is vervangen door een nieuwe Vox Humana.
  4. Bij die werkzaamheden laat Havingha de middentoonstemming aanpassen, daarbij wordt niet rigoreus overgegaan naar de gelijkzwevende stemming, maar voor kenners zijn de aanpassingen toch duidelijk hoorbaar.
  5. In 1727 schrijft Havinga's opponent Jacob Wognum dat hij, en anderen, geconstateerd hebben dat het orgel niet meer in de middentoonstemming staat.

Een interessante vraag blijft over: wanneer is de gelijkzwevende stemming in dit orgel voor het eerst aangebracht?
Frank van Wijk maakt in zijn boekje over Havingha aannemelijk dat dit in 1765 is gebeurd. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat tijdens het leven van Havingha het orgel de gelijkzwevende stemming heeft gehad.

Mijn conclusie is dan ook, dat de gelijkzwevende stemming die het Alkmaarse orgel thans heeft - en waar dus bij de recente restauratie in de tachtiger jaren van de 20ste eeuw weer voor is gekozen - een praktische oplossing is, die echter niet gebaseerd is op een juiste interpretatie van relevante historische gegevens uit het tijdvak dat Gerhardus Havingha organist was van de Grote of St. Laurenskerk te Alkmaar.

Bibliografie

terug naar het begin