toetsinstrumenten.org

HARMONIUM

tong voor een zuigwindharmonium kniebediening voor double-expression van een drukwindharmonium registerknoppen

In de eerste helft van de 19e eeuw nam de wens om de toon van toetsinstrumenten dynamisch te beïnvloeden toe. Er ontstond toen een aantal min of meer experimentele instrumenten die gebaseerd werden op het gebruik van doorslaande tongen.

Doorslaande tongen - ook wel vrijzwevende tongen genoemd - hebben de eigenschap dat de toonhoogte vrijwel constant blijft als de winddruk toe- of afneemt.
Daardoor is het mogelijk met een variabele winddruk een variabel klankvolume te produceren.
Dit in tegenstelling tot de tongwerken van een orgel.
Die beschikken vrijwel altijd over opslaande tongen, die een constante winddruk nodig hebben voor een constante toonhoogte.

De Fransman Débain patenteerde in 1842 voor zijn toetsinstrument met doorslaande tongen de naam harmonium. Het beschikte over een tweetal treden waarmee een winddruk kon worden opgebouwd.
Bij het harmonium kan met een effectieve traptechniek de winddruk zo worden gevarieerd, dat tal van dynamische effecten mogelijk worden. Naast deze drukwindharmoniums kennen we ook de - oorspronkelijk in Amerika ontwikkelde - zuigwindharmoniums.
Deze instrumenten werken met onderdruk, en ze missen vrijwel altijd de mogelijkheid om de winddruk effectief te kunnen variëren.
Het klankkarakter van deze instrumenten is anders dan dat van de drukwindharmoniums.
Beide soorten harmoniums hebben hun eigen literatuur.

Hieronder Joris Verdin die een drukwindharmonium bespeelt. (2011, VU Amsterdam)