toetsinstrumenten.org

KLAVICHORD

18e eeuws klavichord

Het klavichord is een toetsinstrument waarbij de speler het meest directe contact met de snaar heeft. Hierdoor is de toon intiem en persoonlijk. Door deze eigenschap was het instrument erg geliefd in de late 18e eeuw, de tijd van de Empfindsamkeit.

Het klavichord heeft weliswaar geen grote toon, maar door middel van de aanslag zijn verfijnde dynamische nuances mogelijk.
De snaar komt tot klinken door middel van de tangent, een metalen plaatje dat op het achtereind van de toets is geplaatst. Als de tangent de snaar raakt, verdeelt hij die in twee delen. Het rechterdeel raakt in trilling, maar het linkerdeel wordt afgedempt door een reep vilt die links door de snaren is gevlochten.
Laat de speler de toets los, dan komt de tangent los van de snaar. Deze is nu niet langer in tweeën verdeeld, de reep vilt dempt de gehele snaar, en de toon houdt op met klinken.

Als de toets is neergedrukt en de toon klinkt, is het mogelijk door de vingerdruk te varierën de toon te beïnvloeden. Daarmee kan een geoefend speler de Bebung produceren, een effect dat in de late 18e eeuw populair was.
Hierbij is het mogelijk een reeds aangeslagen toon te laten vibreren, een zeer gewild effect in het 18e eeuwse klavichordspel, zoals dat bijv. door C.P.E. Bach werd beoefend.

Niet altijd heeft elke toets zijn eigen snaar, maar soms delen twee of drie toetsen dezelfde snaar. Wanneer men dan twee of drie naast elkaar gelegen toetsen aanslaat, klinkt alleen de hoogste toon.
Door bij dit delen van snaren slimme keuzes te maken, zijn er niet al te veel speelbeperkingen. Een dergelijk klavichord noemt men een gebonden klavichord.
Het vrije klavichord, waarbij dus elke toets zijn eigen snaar heeft (of zelfs meer dan één), kwam in de 18e eeuw in zwang. De oorzaak hiervan is gelegen in het feit dat men toen in steeds meer toonsoorten ging musiceren.

Bekijk een filmpje waarop een klavichord wordt bespeeld.