toetsinstrumenten.org

ORGEL

balg

Bij orgel denk je meestal aan de grote instrumenten die in grote kerken en kathedralen te vinden zijn. Zo'n orgel vind je hiernaast afgebeeld.
Maar behalve de orgels in kerken en kathedralen zijn er ook nog orgels die, als continuo-instrument, te vinden zijn in barokensembles of -orkesten.

En verder zijn er nog orgels die speciaal gebouwd zijn om dienst te doen in salons of huiskamers.
Alle orgels hebben echter één ding gemeen: ze hebben een met lucht gevulde balg (vaak zijn er ook meerdere balgen) die de orgelwind levert om de orgelpijpen te laten klinken.

Welke pijpen wel en welke niet klinken, bepaalt de organist met het indrukken van de toetsen en de keuze van registers. Hiernaast zie je een speeltafel met twee klavieren voor de handen, en één voor de voeten (het pedaal). Terzijde van de handkavieren zie je de knoppen voor de bediening van de registers. Elke toets is via een overbrenging verbonden met een ventiel. Bij het indrukken van de toets gaat het ventiel open, de wind uit de balg wordt doorgelaten en de bijbehorende pijp geeft zijn geluid (dat meerdere pijpen spreken als één ventiel wordt geopend, behoort ook tot de mogelijkheden).

Bij grote instrumenten wordt de verbinding tussen toets en ventiel (die verbinding wordt de tractuur genoemd) niet altijd langs mechanische weg tot stand gebracht. Pneumatische of electrische tractuur (of mengvormen) komen ook voor. Elke tractuur heeft zijn eigen periode van populariteit beleefd.
secretaireorgel Uiterst subtiel spel is mogelijk op een klein instrument als het secretaire-orgel waarvan je hiernaast een afbeelding aantreft. De verbinding tussen toets en ventiel is hier heel kort en direct, zodat nuances in de aanspraak en de afspraak (d.w.z. het begin en het einde van een toon heel mooi te realiseren zijn.
De klank van een orgel heeft een sterke relatie met de periode waarin het gebouwd is. Ook zijn er geografisch gezien grote verschillen tussen orgels. Om het orgel optimaal te laten klinken, zal een organist er dus goed aan doen literatuur uit te zoeken die goed past bij het betreffende orgeltype.
Orgels kunnen er heel monumentaal uitzien. Zo zie je linksboven op deze pagina een barokorgel uit de eerste helft van de 18e eeuw, en rechtsboven zie je een orgel uit 1960 met een strakke vormgeving.
orgel in open opstelling Een heel andere vormgeving zie je hiernaast: een orgel in open opstelling in een nis boven de kansel. Gebouwd in de dertiger jaren van de 20ste eeuw.